Wanneer is Neuromyelitis optica ontdekt? De geschiedenis van NMO: Wie ontdekte deze zeldzame aandoening?
Update: Deze blog heb ik op 20 januari 2026 volledig herzien en aangevuld met nieuwe historische feiten en persoonlijke inzichten.
Degenen die mijn blogs vaker lezen, weten dat ik enorm nieuwsgierig ben. Zeker als het om mijn eigen aandoening gaat, wil ik alles weten. Wat houdt het precies in, waar komt het vandaan en — misschien wel het belangrijkste — wat kan ik er zelf aan doen? Voor deze blog ben ik de geschiedenisboeken in gedoken: wie heeft NMO eigenlijk ontdekt?
Wanneer is Neuromyelitis optica ontdekt?
Wat is NMOSD ook alweer?
Voor degenen die nieuw zijn op mijn blog: NMOSD (Neuromyelitis Optica Spectrum Disorder) is een zeer zeldzame auto-immuunziekte. Hierbij vallen ontstekingen het ruggenmerg (myelitis) en de oogzenuwen (optische neuritis) aan. Het wordt vaak het “zusje” van Multiple Sclerose (MS) genoemd omdat de symptomen op elkaar lijken, maar het zijn echt twee verschillende aandoeningen.
Terwijl er over MS al veel bekend is, is de geschiedenis van NMO voor velen nog een groot raadsel. Ik deel graag mijn bevindingen met je!
Eugène Devic: De naamgever
De term ‘Acute Optische Neuromyelitis’ werd voor het eerst gebruikt in 1894 door de Franse neuroloog Eugène Devic. Tijdens een medisch congres in Lyon presenteerde hij een aangrijpend rapport over een patiënte waarbij hij de symptomen voor het eerst als één ziektebeeld zag. Jarenlang werd de aandoening daarom de ‘ziekte van Devic’ genoemd.
Het spoor terug naar 1804
Hoewel Devic de naam bedacht, waren hij en zijn leerling Fernand Gault niet de allereersten die de symptomen opmerkten. De eerste documenten gaan namelijk veel verder terug:
- 1804: Een Franse arts beschrijft voor het eerst een man met visusverlies en ontstekingen in het ruggenmerg.
- 1844: Een Italiaanse arts uit Genua omschrijft de klachten van een 42-jarige man. In die tijd dachten ze nog dat aderlating (bloed afnemen) de oplossing was. Gelukkig weten we nu beter!
- 1850 & 1862: Engelse artsen maken melding van patiënten met spierverzwakking en ontstekingen aan beide oogzenuwen.
Wist je dat? (Een paar opvallende weetjes)
Het is best een bijzonder idee: wereldwijd zijn er ongeveer een kwart miljoen mensen met NMOSD. In Nederland zijn we maar met een klein clubje van zo’n 200 tot 250 personen. We zijn dus eigenlijk een soort “zeldzame verzamelaars” van symptomen!
Wat mij ook opviel:
- Vrouwenpower: De ziekte treft veel vaker vrouwen dan mannen (de verhouding is ongeveer 9 op 1).
- De doorbraak in 2004: Pas heel recent ontdekten artsen een specifieke “marker” in ons bloed (het AQP4-antilichaam). Hierdoor kregen veel mensen eindelijk de juiste diagnose in plaats van jarenlang in het ‘MS-hokje’ te worden geplaatst.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Is NMO dodelijk? Het is heel goed mogelijk om vele jaren met NMO te leven, zeker met de huidige behandelingen. Wel is het belangrijk om bij koorts of infecties altijd contact op te nemen met je arts, omdat je immuunsysteem kwetsbaarder is.
Is het erfelijk? Nee, je geeft het niet direct door aan je kinderen. Wel zie je in sommige families vaker een aanleg voor auto-immuunproblemen in het algemeen.
Waarom voeding het verschil maakt
Weten waar de ziekte vandaan komt is interessant, maar weten hoe je de ontstekingen tot rust brengt is nóg belangrijker. Bij NMOSD staan je oogzenuwen en ruggenmerg tijdens een aanval onder enorme druk. Voeding speelt een cruciale rol bij het kalmeren van het immuunsysteem en het ondersteunen van je herstel.
Dat dit geen loze kreet is, blijkt wel uit verschillende medische onderzoeken naar zenuwherstel en auto-immuniteit. Volgens wetenschappelijke analyses kan een gericht dieet de ontstekingsreacties bij aandoeningen als NMOSD en myelitis transversa gunstig beïnvloeden, wat essentieel is voor het behoud van je zenuwfuncties.
Voor mij was dit de sleutel naar een rustiger immuunsysteem. Het gaf me de energie terug om weer te gaan experimenteren in de keuken en zelfs mijn eigen kookboek te schrijven. Want als je eenmaal ervaart wat voeding voor je kan doen, wil je niets anders meer!

Bronnen:





